Verstild, opgaand in de tijd, verweven met de achtergrond, gevangen in materie

 

Kunstenaar J. Pierre Vancayseele heeft van kijken, kunst gemaakt. Hij vangt een beeld, een foto, een beweging, een stuk vuursteen of een ding en bevriest het. Daarna transformeert hij het beeld in een gedachte én versterkt het aanwezige gevoel, brengt hij het bevroren beeld subtiel terug in beweging maar op een iconische wijze. De beweging en de emotie worden universeel. Het beeld harmonieert of gaat daarbij op in de achtergrond. Een fundamentele eenzaamheid van de mens en de dingen staart je dan aan, quasi hulpeloos. Alleen in de ruimte waar tijd en massa zich vervlechten. Waarbij de tijd wordt bevroren en de massa opgaat in de achtergrond, zeg maar de ruimte. Alles wordt één in de ruimte, als één meditatief moment.

Of het nu op doek of sculpturaal werk betreft, steeds treedt er een lichte vervreemding, verstilling op bij de toeschouwer. Zacht maar onweerstaanbaar word je in het werk gezogen, in het universum van de kunstenaar. Het is geen werk met een ondubbelzinnige boodschap of één of andere stelling. Integendeel, als kijker bekruipt je het gevoel dat jij, als mens, er niet zo heel veel toe doet. Dat je een passant bent, bestaande uit een veelheid van emoties en houdingen. Wat de kunstenaar ziet, pakt hij behoedzaam op en zet het zacht terug neer. Ontdaan van de banaliteit én de ernst van het moment, verheven tot een universeel, quasi archetypisch beeld. Daardoor wordt het beeld plots tijdloos.

In zijn sculpturen gaat J. Pierre Vancayseele verder op het ingeslagen pad, ditmaal vanuit een andere invalshoek. De dode vorm wordt hier beeld, wordt herkenning. Pompei loert hier om de hoek. Pompei waar de mens bedolven werd onder as. Bij het sculpturale wordt de dode vorm weer levend gemaakt.

Doek en sculptuur zijn elkaars aanvulling. Twee diverse benaderingen die tot het zelfde resultaat leiden. Beide benaderingen weerspiegelen de wens tot eeuwigheid, tot tijdloze vereeuwiging. Zijn werk maakt deemoedig in deze tijden van grootspraak. Het verplicht te kijken tot de emotie doordringt, de onderliggende tederheid je raakt. Alles ademt mededogen uit; met de mens en met de dingen. Het werk ‘Eiland’ in de reeks ‘Habitat’ is als het ware een uitnodiging van de kunstenaar om alles even achter te laten en even te klimmen naar zijn habitat, zijn wereld; ontdaan van franjes, ontdaan van verleiding, ontdaan van heftigheid en achtergrondlawaai. Even de tijd nemen om de trap te nemen.

De zeggingschap van de kunstenaar komt tot stand door vertraging, het langzame, het leren kijken, het terug leren zien.

In ‘vuursteen-kouros’ ontmoeten de twee uitingen –canvas en monumentaal werk- elkaar. Dode materie en mens ontmoeten elkaar, overlappen elkaar. De slijtage die de dode materie vormt en vervormd wordt gelijk aan de emotie die de mens vormt en vervormd.

Kunstenaar J. Pierre Vancayseele verbindt de impressionistische school én de hedendaagse geëngageerde kunst. Het beeld wat de kunstenaar ziet bepaalt het werk. Zijn wijze van invulling is –door het gebruik van kleuren en benadering- impressionistisch maar boort terzelfdertijd een diepere laag aan. Zonder het beeld en de vorm geweld aan te doen (door het bijvoorbeeld een expleciete vervorming te laten ondergaan), slaagt hij er in om een filosofische laag aan het beeld toe te voegen. Alles is verbonden, materie en tijd lossen op in elkaar, vervreemding, eenzaamheid en tijdloosheid. Het zijn slechts enkele begrippen die zijn werk uitstralen.

Slechts door de tijd te nemen om naar het werk te kijken onderga je als kijker een transformatie. En dit laatste is een verademing in deze tijd.

 

Jan Sprimont - september 2016