Het boek “Stil de tijd” van

           Joke J. Hermsen inspireerde mij tot het schilderen van een reeks omtrent de innerlijke tijd. Die persoonlijke tijd is moeilijk te benoemen of vast te leggen, omdat hij niet in uren of minuten valt uit te drukken zoals de kloktijd.

De wet die het regime van de kloktijd in grote mate bepaalt, is die van het economisch rendement, terwijl die andere tijd ons verplaatst naar onze menselijkheid. 'De ware tijd komt pas tot leven, als de klokken zwijgen', is een uitspraak van William Faulkner.

Tijd speelt een hoofdrol in ons leven, maar tegelijkertijd ontsnapt de tijd ons ook steeds, glijdt de tijd als het ware tussen onze vingers door. Van wie is de tijd? Is de tijd nog wel van onszelf? 

Hoe nauwgezet we de afgelopen eeuw ook naar de klok zijn gaan leven, toch ervaren we de tijd nog altijd als iets wat 'uit de maat' kan lopen. Soms vinden we dat de tijd is omgevlogen of menen we dat de tijd lijkt stil te staan. Hoe sterk ons leven ook op de regelmatig voorttikkende kloktijd geënt is, toch overkomt ons af en toe een ervaring van tijd die met deze monotone wetmatigheid weinig van doen heeft. Dat is wat ons bijvoorbeeld in dagdromen overkomt of in de reflectie, de kunst, de sport, de erotiek, waarbij we het gevoel voor het verstrijken van de lineaire tijd als het ware verliezen. Volgens Bergson krijgt de tijd als duur meer kans in het belangeloos beschouwen of het artistieke scheppen

In mijn werken heb ik geprobeerd een andere ervaring van tijd dan de kloktijd aanschouwelijk te maken. Het is ook een oproep om terug te keren naar een trager ritme. We lopen onszelf voorbij en verliezen het contact met de totaliteit van de ervaringen. De dichter Leonard Nolens formuleert het als volgt: Laat de tijd je nemen.

Filosofe Joke J. Hermsen maakt de vergelijking met de Griekse goden van de tijd Chronos en Kairos. Chronos die de uren telt en onverstoorbaar wegtikt en daarmee orde en structuur in de wereld aanbrengt, maar ook de eeuwige herhaling van hetzelfde oplegt. Kairos daarentegen wordt 'de god van het geschikte moment' genoemd. Deze mythische god is de tijd die ertoe doet, de tijd die kansen biedt, de tijd die voor een doorbraak zorgt. Hij vertegenwoordigt al die bevlogen momenten van schoonheid, inzicht en daadkracht die het leven bijzonder maken.

Marc Rothko wilde zijn doeken van de kloktijd losmaken en 'tijdloze' momenten scheppen. Als we voor een doek van Rothko staan, lijkt onze blik zich aan het canvas vast te zuigen om zich binnen het spanningsveld tussen de kleurvlakken te verliezen. Om ons heen verstomt het rumoer van de wereld. Die stilte is noodzakelijk om een soort intermezzo op de tijd in te lassen. Stilte om vervolgens opnieuw te kunnen nadenken en spreken over de wereld. Rothko typeert die ervaring van een andere tijd als innerlijke vrijheid: 'My paintings move with internal freedom.' Wie voor een doek van Rothko staat, voelt deze kloktijdloze ervaring van de innerlijke vrijheid. Dat is waarschijnlijk ook de reden waarom we soms menen te verdwijnen in dit werk.