Het is niet eenvoudig om zomaar eventjes te omschrijven wat je werken bij me oproepen omwille van de 'diversiteit' aan thema's en uitdrukkingsvormen. Toch is er één constant gevoel dat bij me overheerst en dat gevoel heet 'verbazing'. Je kan het ook 'verwondering' of 'fascinatie' noemen. Wat ik zie stelt me gerust omdat niets overbodig lijkt. Wat ik zie brengt me anderzijds ook onrust vanwege de onverholen dreiging die van sommige beelden uitgaat en de angst die ze daarbij diep in mij oproepen. Wat je maakt is sterk gebonden aan onze hedendaagse, ‘oncontroleerbare’ wereld waar geen ‘zekerheden’ meer zijn. Het maakt er onlosmakelijk deel van uit en het heeft een opmerkelijke 'zeggingskracht'. Ondanks de actuele waarde van je werk voelt het tevens alsof het totaal onverwacht maar dwingend tevoorschijn komt uit het ‘onnoembare’ of het ‘oneindige’.

Het lijkt alsof je inspiratie haalt uit een voor de meesten onder ons 'ontoegankelijk universum'. Er is voortdurend ‘herkenning’ bij mij aanwezig in wat je maakt ! Zo slaag je er in om aan beelden van mijn overleden zus nieuwe omstandigheden toe te voegen waardoor hun uitdrukkingskracht wordt getoetst aan jouw manier van kijken, uitbeelden en ‘verbinden’. Je haalt de beelden uit hun oorspronkelijke eenzaamheid en omringt ze met subtiel vormgegeven ‘aandacht’. Dat is sterk, hartverwarmend en een wondermooi, bijna mystiek geschenk aan haar en aan allen die haar hebben gekend, haar werk hebben gezien en erdoor werden aangegrepen. We worden op een onvermoede, ‘verrassende’ wijze opnieuw meegezogen in Inge’s uit noodzaak geschapen, nog steeds intens vibrerend universum, naast hetwelke dat van jou nu en dan de wacht houdt en er aanknopingspunten mee zoekt én ‘vindt’ en dat alles over de grens van de zogenaamde dood heen. Bijzonder en intrigerend is dat en het versterkt bij mij persoonlijk het geloof in de hypothese dat we nooit ophouden te bestaan en voor altijd verbonden blijven met elkaar en de kosmos. Het blijft me een raadsel waar je je inspiratie vandaan blijft halen. Het lijkt alsof je kan putten uit een onzichtbare, heldere, ondubbelzinnige bron die je ergens, misschien niet bewust, in jezelf hebt aangeboord en die je, nadat je wat ze in je oproept hebt ‘vorm’ gegeven, ‘aanbiedt’ aan de wereld.

Wie er van proeven wil die mag en die neemt daar best wat tijd voor want wat je ziet ‘beweegt’ voortdurend. Het gaat onder je huid zitten om er te blijven en je er aan te herinneren dat je maar beter ‘nu’ kan beginnen met ‘leven’…

Ik kan, als ik er de tijd voor neem, met een goed, warm gevoel en met een uit intuïtie opborrelende instemming naar je werk, dat ik soms ook als troostend ervaar, blijven kijken. Er is niets wat me doet twijfelen, er is niets dat me afstoot en dat is op zich al merkwaardig. Het is gewoon 'echt goed en welgekomen'. Nooit wordt het saai of vervelend en er treedt geen gewenning op vanwege de altijd weer terugkerende aanwezigheid van’ het onzegbare’. Het is een 'toevluchtsoord' in momenten van innerlijke en uiterlijke chaos. Ik word er stil en rustig bij. Het zet me aan tot meditatie zonder dat ik daar bewust voor kies en dat is sterk. Ik veronderstel dat andere mensen dit zullen beamen !

Wim De Poorter - mei 2017